Asten en Someren positief over zonneparken

De lokale krant ’t Contact/Peelbelang heeft onlangs onderzoek gedaan naar de mening van inwoners van Asten en Someren over zonneparken en windmolens. Het blijkt dat inwoners van beide gemeenten positief staan ten opzichte van zonnepanelen en zonneparken. Over windmolenparken zijn inwoners van beide gemeenten minder positief. Uit een ander onderzoek is gebleken dat de gemeente Someren op de zesde plek staat van alle 380 gemeenten in Nederland voor wat betreft het aantal zonnepanelen per inwoner. Hiermee is Someren koploper in de provincie.

Zowel in de gemeente Someren als in de gemeente Asten is een burgerpanel actief dat zich regelmatig buigt over belangrijke kwesties in de beide gemeenten. Zoals dit keer de vraag over zonnepanelen, zonneparken en windparken. In Someren namen 200 panelleden deel aan het onderzoek en in Asten 326. Deze aantallen maken het onderzoek niet representatief, maar geven wel een goede indicatie.

Een van de stellingen: “De energietransitie van grijze naar groene stroom is hard nodig voor onze planeet”, daar is ruim 80% van de panelleden het mee eens. In Someren heeft 28% van de panelleden al zonnepanelen op het dak, in Asten is dit 13%. In Someren overweegt 28% van de panelleden om zonnepanelen aan te schaffen, in Asten is dit 29%. De argumenten om geen zonnepanelen te nemen lopen sterk uiteen, vooral de kosten en het feit dat men in een huurhuis of -appartement woont worden hierbij genoemd.

Zonneparken of windmolens

Driekwart van de panelleden, zowel in Asten als in Someren, vindt particuliere zonneparken een mooie aanvulling op de stroomvoorziening. Een meerderheid vindt dat daar ook op grootschalige manier op moet worden ingezet. Ongeveer een kwart is neutraal en ook ongeveer een kwart ziet het juist niet zitten. Ruim de helft vindt het geen probleem om vanuit het eigen huis op een zonnepark uit te kijken. Panelleden in Someren geven aan dat er eerst nog heel veel stallen en andere bedrijfspanden kunnen worden vol gelegd voordat er zonneparken gebouwd moeten gaan worden. Een kwart van de gevraagden in Someren en een derde van de gevraagden in Asten heeft wel bezwaar tegen het uitzicht op een zonnepark, maar is toch positief over de komst van dergelijke parken in hun gemeente.

Waar het burgerpanel dus overwegend positief is over zonnepanelen, zijn er wel bedenkingen over windmolens. Zo vindt iets minder dan een derde van de gevraagden dat daar op grootschalige manier op ingezet moet worden, ruim een derde is er juist op tegen. De rest is neutraal. Voorstanders noemen als kanttekening dat de molens dan buiten het centrum moeten worden geplaatst, en dat het niet té grootschalig moet worden. Tegenstanders vrezen voor (geluids)overlast, inefficiëntie (te weinig wind) en landschapsvervuiling. Een meerderheid wil daarom ook geen windmolens in de eigen omgeving, maar ziet deze windparken liever op zee.

Rol van de gemeente

Gemeente Someren neemt zeker haar verantwoordelijkheid op het gebied van duurzaamheid. Het gemeentehuis en ook sportverenigingen worden verduurzaamd. Dit draagt bij aan het doel om in 2050 energie neutraal te zijn. Someren blijkt ook een gemeente met veel potentie voor zonne-energie.
Zowel in Someren als in Asten vindt een groot deel van de gevraagden dat de gemeente het voortouw moet nemen in de aanleg van zonneparken. Een klein deel vindt dat de gemeente alleen een adviserende rol moet spelen en een nog kleiner deel vindt dat de aanleg van zonneparken geen gemeentelijke kerntaak is.  De meesten geven wel aan dat de gemeente er voor moet zorgen dat er geen wildgroei van zonneparken moet komen, er moet een duidelijk beleid komen.

Snelheid

Over de snelheid waarmee zonneparken gerealiseerd zouden moeten worden lopen de meningen erg uit een. De een vindt dat we zo snel mogelijk alles moeten doen om de aarde minder te belasten, de ander wil liever wachten totdat de techniek uit de kinderschoenen is. Weer anderen vinden klimaatveranderingen geen reden om nu met spoed allerlei maatregelen te nemen. Ook de kosten houden een deel van de gevraagden nog tegen om met veel haast aan de slag te gaan. Niet alleen kijken naar de doelstelling om in 2050 CO2 neutraal te zijn, maar ook kijken wat haalbaar is op kortere termijn, is het devies van een aantal panelleden. Realistische doelen stellen met de techniek van nu en tegen de juiste prijs.

Bron: ’t Contact/Peelbelang donderdag 25 januari 2018

By |2018-02-27T10:55:27+00:00februari 27th, 2018|Uncategorized|0 Comments